Voeding

Een dosis cafeïne voor een lange wedstrijd: heb je daar uren later nog voordeel van?

koffie-cafei%cc%88ne

Hybrid performance specialist

Geplaatst 7 min lezen 4 bronnen

Inhoud 6 onderdelen
  1. De opzet
  2. Wat waren de resultaten?
  3. Wat betekent ‘werkzaam tot 3,5 uur’ precies?
  4. Hoeveel cafeïne kregen de deelnemers?
  5. Hoe kun je dit praktisch toepassen?
  6. Beperkingen van het onderzoek

Je neemt een uur voor je wedstrijd cafeïne of een dubbel shotje espresso. Bij de start voel je je scherp, maar wat gebeurt er twee of drie uur later? Is die ene dosis dan nog steeds werkzaam? Of heb je tijdens een lange duurwedstrijd opnieuw cafeïne nodig?

In het kort

  • Nieuw onderzoek suggereert dat één hoge dosis cafeïne het herhaalde sprintvermogen tot 3,5 uur na inname kan ondersteunen [1]. De gevonden verschillen waren klein, maar mogelijk relevant voor sporten waarin je meerdere keren kort en intensief moet presteren. Denk bijvoorbeeld aan wielrennen, een marathon of een triatlon.
  • Je hoeft dus misschien niet per se een uur van tevoren je cafeïne in te nemen. Maar dit effect blijft lang aanwezig bij een hogere dosis. De halfwaardetijd van cafeïne ligt tussen de 2,7 en 9,9 uur [2].
  • Kanttekening: de deelnemers kregen 5,5 milligram cafeïne per kilogram lichaamsgewicht. Voor een sporter van 90 kilogram is dat bijna 500 milligram cafeïne.

Wil je ondersteuning met je sportprestaties en voeding? Start dan met ons programma IGNITE9 – wij helpen al honderden sporters naar het volgende niveau! Betere prestaties, conditie en een fitter lijf.

De opzet

Elke sporter voltooide twee tests. Vooraf kregen ze in willekeurige volgorde cafeïne of een placebo. Zowel de deelnemers als de onderzoekers wisten tijdens de test niet welke substantie ze kregen.

De cafeïnedosis bedroeg 5,5 milligram per kilogram lichaamsgewicht. Ongeveer een uur na inname begonnen de deelnemers aan het inspanningsprotocol.

Ze voerden verspreid over 3,5 uur drie sprintseries uit. Iedere serie bestond uit:

  1. vijf minuten fietsen op een matige intensiteit;
  2. gevolgd door zes maximale sprints van vijf seconden.

De onderzoekers maten onder andere het gemiddelde en maximale sprintvermogen, de ervaren inspanning, pijn in de benen, hartslag en concentraties cafeïne en noradrenaline in het bloed.

Daarnaast werden enkele cardiovasculaire en respiratoire variabelen gemeten.

Wat waren de resultaten?

Het gemiddelde sprintvermogen lag met cafeïne gedurende de sprintseries (0,5 tot 2,4 procent hoger dan in de groep die de placebo kreeg.

Ook het piekvermogen verbeterde, maar dit verschil werd alleen tijdens de tweede en derde serie gevonden. De verbetering liep daarbij op tot 3,7 procent.

De deelnemers rapporteerden na cafeïne bovendien:

  • een lagere ervaren inspanning;
  • minder pijn in de benen;
  • een hogere hartslag;
  • hogere noradrenalineconcentraties.

Dat laatste betekent niet automatisch dat de stijging van noradrenaline de prestatieverbetering veroorzaakte. Deze veranderingen vonden gelijktijdig plaats, maar met dit onderzoeksdesign kan het onderliggende mechanisme niet overtuigend worden vastgesteld.

Is een verbetering van 0,5 tot 2,4 procent veel?

Dat hangt af van de context.

Voor een recreatieve sporter zal een verschil van één procent vaak nauwelijks merkbaar zijn. In een wedstrijd waarin seconden, posities of korte maximale inspanningen belangrijk zijn, kan een klein verschil wel degelijk relevant zijn.

Toch moeten we voorzichtig zijn met de vertaling naar de praktijk.

De onderzoekers maten het geleverde vermogen tijdens sprints van vijf seconden op een fietsergometer. Ze onderzochten geen wedstrijdtijd, eindklassering of complete triatlon met eindsprint.

Een verbetering van twee procent in sprintvermogen betekent daarom niet automatisch dat je een wedstrijd ook twee procent sneller finsiht.

Bovendien bestond de steekproef uit slechts twaalf personen. Bij zo’n kleine groep kunnen gemiddelde resultaten sterk worden beïnvloed door een paar deelnemers die bijzonder goed of juist helemaal niet op cafeïne reageren. We weten namelijk uit deze podcast met een onderzoeker die veel weet over cafeïne dat de individuele verschillen groot zijn.

Wat betekent ‘werkzaam tot 3,5 uur’ precies?

De titel van de studie kan de indruk wekken dat de onderzoekers gedurende 3,5 uur continu betere prestaties zagen. Zo moet je het niet interpreteren.

De deelnemers voerden op verschillende momenten drie sprintseries uit. Ook bij de latere serie was er nog een voordeel zichtbaar. De bevinding laat dus zien dat het effect niet alleen kort na inname aanwezig was.

Het onderzoek toont niet aan dat je gedurende iedere minuut van die 3,5 uur beter presteert. Ook weten we niet hoelang het effect na het laatste meetmoment aanhield.

Wel past het resultaat bij wat we al over cafeïne weten. Cafeïne wordt relatief langzaam afgebroken en kan daardoor meerdere uren actief blijven. Hoe snel dit gebeurt, verschilt sterk per persoon. De halfwaardetijd van cafeïne ligt tussen de 2,7 en 9,9 uur [2].

Hoeveel cafeïne kregen de deelnemers?

De gebruikte dosis van 5,5 milligram per kilogram ligt aan de hoge kant van de gebruikelijke sportdoseringen.

In bredere overzichtsliteratuur worden doseringen van ongeveer 3 tot 6 milligram per kilogram vaak als effectief beschreven. Bij sommige inspanningen kunnen lagere doseringen al werkzaam zijn [2].

Deze studie vergeleek echter geen verschillende doseringen. We weten daardoor niet of 3 milligram per kilogram binnen hetzelfde protocol bijna hetzelfde resultaat had opgeleverd.

Je mag uit het onderzoek dus niet concluderen dat 5,5 milligram per kilogram de optimale dosis is.

Meer cafeïne is niet automatisch beter

Een hoge dosis vergroot mogelijk niet alleen het prestatie-effect, maar ook de kans op bijwerkingen.

Denk aan:

  • hartkloppingen;
  • nervositeit;
  • trillen;
  • maag-darmklachten;
  • een opgejaagd gevoel en
  • slechter slapen.

Vooral dat laatste is relevant bij wedstrijden in de middag of avond. In een gerandomiseerde cross-overstudie verstoorde 400 milligram cafeïne de slaap wanneer deze dosis binnen twaalf uur voor het slapengaan werd ingenomen. De deelnemers hadden dit zelf niet altijd goed door [3]. Luister ook deze aflevering over de invloed van cafeïne en slaap.

Dat levert een interessante afweging op. Cafeïne kan je acute prestatie verbeteren, maar een hoge dosis kan later je herstel via een slechtere nachtrust tegenwerken.

Hoe zwaar die afweging weegt, hangt af van het tijdstip van de wedstrijd, je gevoeligheid voor cafeïne en het belang van je herstel in de dagen daarna.

De FIT-test van FIT.nl

Hoe fit ben jij écht?

Zeven korte vragen. Eén persoonlijke score. Ontdek direct waar jouw grootste winst ligt.

Schakel JavaScript in om de interactieve score te gebruiken.

Hoe kun je dit praktisch toepassen?

Cafeïne kan zinvol zijn als je goed op de stof reageert en de wedstrijd voldoende vroeg op de dag plaatsvindt.

Een verstandige aanpak is:

  1. Test cafeïne eerst tijdens een vergelijkbare training.
  2. Begin niet automatisch met 5,5 milligram per kilogram.
  3. Kijk of een lagere dosis al voldoende effect geeft.
  4. Neem cafeïne ongeveer 45 tot 60 minuten voor de inspanning wanneer je capsules of koffie gebruikt.
  5. Houd rekening met cafeïne uit koffie, energiedrank, gels en pre-workout.
  6. Let niet alleen op je prestatie, maar ook op bijwerkingen en slaap.
  7. Gebruik op een wedstrijddag geen dosis die je nog nooit hebt getest.

Iemand die dagelijks veel cafeïne gebruikt, reageert mogelijk anders dan iemand die vrijwel nooit koffie drinkt. Ook genetische verschillen, gewenning, verwachtingen en het tijdstip van inname kunnen de respons beïnvloeden.

De optimale dosis is daardoor niet voor iedereen gelijk.

Beperkingen van het onderzoek

De belangrijkste beperking is de steekproefgrootte. Met slechts twaalf deelnemers is de statistische onzekerheid groot en is het lastig om betrouwbare uitspraken te doen over verschillen tussen personen.

Daarnaast waren slechts vier deelnemers vrouw. Er kunnen daarom geen afzonderlijke conclusies over mannen en vrouwen worden getrokken.

Ook is de onderzochte inspanning erg specifiek: korte maximale fietssprints, voorafgegaan door vijf minuten matige inspanning. De resultaten zijn niet automatisch toepasbaar op hardlopen, krachttraining, teamsporten of volledige hybride wedstrijden.

Verder werd maar één relatief hoge dosis onderzocht. Zonder vergelijking met lagere doseringen weten we niet of dezelfde voordelen met minder cafeïne en minder bijwerkingen bereikt hadden kunnen worden.

Jeroen van der Mark
Geschreven door Hybrid performance specialist

Jeroen van der Mark is een hybride atleet die recent een bodybuildingwedstrijd combineerde met het voltooien van een volledige triatlon – een unieke prestatie waarbij twee uitersten samenkomen. Naast zijn sportieve prestaties is hij docent van de nieuwe voedingscursus en actief als onderzoeker bij FIT.nl. Hij rondde zowel een universitaire opleiding als een coachingsopleiding af. In de afgelopen jaren hielp Jeroen via clinics, online coaching en diverse boeken duizenden mensen om het maximale uit hun sportprestaties en leefstijl te halen. Zijn passie ligt in het vertalen van wetenschappelijke inzichten over leefstijl, voeding en krachttraining naar toepasbare tips, die hij deelt via video’s, podcasts en artikelen op FIT.nl. Daarnaast is Jeroen auteur van meerdere (school)boeken, waaronder de FIT Methode en SLANKER. Ten slotte is hij actief betrokken bij diverse wetenschappelijke onderzoeksprojecten, onder andere in samenwerking met Maastricht University en de Rijksuniversiteit Groningen, gericht op de ontwikkeling van evidencebased leefstijlinterventies.

Meer van Jeroen
Referenties
  1. [1]
  2. [2]
    Blanchard, J., & Sawers, S. J. A. (1983). The absolute bioavailability of caffeine in man. European journal of clinical pharmacology, 24(1), 93-98.
  3. [3]
    Guest NS, VanDusseldorp TA, Nelson MT, et al. International Society of Sports Nutrition position stand: caffeine and exercise performance. Journal of the International Society of Sports Nutrition. 2021;18:1.
  4. [4]
Persoonlijke FIT-score