Triatlontijd berekenen
- Direct je uitslag
- Geen account of e-mail
- Met formule en bronnen
In het kort
Een triatlontijd bestaat uit zwemmen, de eerste wissel, fietsen, de tweede wissel en lopen. De wissels tellen officieel mee in je eindtijd [1]. Deze calculator rekent alle vijf onderdelen apart uit en telt ze daarna op.
Hoe werkt de berekening?
Totaaltijd = zwemtijd + T1 + fietstijd + T2 + looptijd. Zwemmen gebruikt tempo per 100 meter; fietsen km/u; lopen min/km.
Bij een kwarttriatlon rekent de tool met 1,5 km zwemmen, 40 km fietsen en 10 km lopen, plus beide ingevoerde wissels.
Wat betekent je uitslag?
Maak meerdere scenario’s, bijvoorbeeld conservatief en ambitieus. Openwater, parcours, wind, materiaal en vermoeidheid beïnvloeden de werkelijke tijd.
Waar moet je rekening mee houden?
- De calculator gaat uit van een constant gemiddeld tempo per onderdeel.
- Afstanden en parcours kunnen per evenement afwijken.
- De loopprestatie na zwemmen en fietsen is niet gelijk aan een losse loopwedstrijd.
Veelgestelde vragen
Welke afstanden staan in de calculator?
Sprint, kwart of olympisch, halve en hele triatlon.
Tellen wissels echt mee?
Ja. T1 en T2 zijn volwaardige onderdelen van je eindtijd.
Waarom wijkt mijn evenement af?
Controleer altijd de officiële deelnemersinformatie; parcours en gemeten afstand kunnen verschillen.